Dit artikel verscheen eerder op The Post Online op 22 augustus 2013 en werd geschreven in samenwerking met Jeroen Slobbe en Bas Wallage.

De afgelopen week werd bekend dat de huidige regeringspartijen niet willen overleggen voor de komende bezuinigingsronden. Waar het beleid van de VVD rechts is, blijkt de PvdA geen gematigd tegengeluid te geven. Zo stelt minister Asscher voor om arbeiders uit Oost-Europa te weren van onze arbeidsmarkt. Het is duidelijk dat Asscher gesproken heeft met het nationalistische deel van zijn achterban, die vindt over het algemeen dat hun baan wordt ingenomen door goedkopere krachten uit Oost-Europa.

Inhoudsloze kreten
Het is echter onwaarschijnlijk dat Asscher ook gesproken heeft met economen of andere deskundigen. Oost–Europeanen die in Nederland werken hebben namelijk economische voordelen. Dat Oost- Europeanen werken onder slechte omstandigheden is natuurlijk niet de schuld van deze mensen! Het is natuurlijk niet alleen zo dat politici van partijen als de VVD en de PvdA handelen naar de idealen van hun relatief kleine achterban. Ook bij de overige partijen wordt vaak enkel gedacht aan de kleine minderheid die lid is van de partij, dan wel de idealen deelt van de partij. De vraag is dan ook of een partijensysteem zoals we dat in Nederland kennen functioneel is. Afspraken tussen partijen kunnen nauwelijks worden gemaakt vanwege het feit dat niemand “water bij de wijn wil doen”.  Helaas blijft het vaak bij de inhoudsloze kreten zoals die van minister Asscher.

In 2012 waren er in Nederland ruim driehonderdduizend mensen lid van een politieke partij. Een deel van deze mensen bestuurt ons land. Welke kwaliteiten hebben onze leiders en welke zouden ze moeten hebben? Zijn het gekwalificeerde mensen die hiervoor zijn opgeleid, zoals Plato ooit voorstelde, of zijn het dominante mensen die om het hardst schreeuwen? De politieke arena is een afspiegeling van de maatschappij. De persoon met het grootste ego overschreeuwt vaak de rest. Dat is zonde!

Wie heeft er gelijk?
In de Nederlandse democratie heeft de meerderheid in de Tweede Kamer na de verkiezingen gelijk. De meerderheid vormt een coalitie en kabinet. Deze politici vertegenwoordigen een politieke partij. Ons partijenstelsel is nooit wettelijk vastgelegd en overkoepelt op een perverse manier de wetgevende en uitvoerende macht. Dit zorgt ervoor dat politici in verschillende rollen, zowel het algemeen belang als het belang van hun achterban moeten bedienen. Het feit dat de politici een politieke kleur dragen zorgt voor een overmatige fixatie op het terug laten komen van deze kleur in beslissingen die op politiek niveau genomen worden.

Het systeem
Een politicus in de regering moet rekening houden met zijn achterban. Door deze achterban is hij immers gekozen en wordt hij in het zadel gehouden. Daarnaast moet hij rekening houden met zijn kiezers. Indien hij denkt aan het algemeen belang en het partijbelang naast zich neer legt, kan hem dit zijn positie kosten. De meeste politici vertegenwoordigen dan ook een herkenbare minderheid, die staat voor een deel van de idealen van hun politieke partij.

In ons huidige systeem verdedigt een politicus de belangen van zijn eigen achterban. Dit doen de meeste politici waardoor beslissingen niet of nauwelijks kunnen worden genomen. Een compromis sluiten wordt geframed als “draaien” en dit kan de partij stemmen kosten bij de volgende verkiezingen. Regelmatig verdedigt een politicus zichzelf dan met veel geschreeuw maar weinig inhoud.

De politicus heeft een machtspositie in de maatschappij en bij een aantal politici resulteert dit in een ego dat zegt: ”ik ben politicus, dus ik heb gelijk” soms aangevuld met opmerkingen als: “ik heb een eigen mandaat” of “volgens de wet hoef ik geen ruggenspraak te dulden”. Beiden eufemismen voor: ik doe waar ik zelf zin in heb. Dit is zonde want politici die open staan voor de samenleving kunnen zoveel meer bereiken. Zo is een mening subjectief en bestaat er vaak geen equivalente waarheid. Een politicus die nuanceert en alle meningen tegen elkaar afweegt vertegenwoordigt het algemeen belang. Hierbij moet wel rekening worden gehouden met de belangen van minderheden.  Het is dan ook belangrijk dat vertegenwoordigers wel de vrijheid behouden om op eigen mandaat een beslissing te nemen. Hiervoor zijn ze immers gekozen. Een open houding naar de maatschappij en het afwegen van alle belangen is echter noodzakelijk. Een parlementariër of raadslid komt zo het dichtst bij de “subjectieve” waarheid en gelukkig zijn er al een aantal volksvertegenwoordigers die hier naar handelen, nu de rest nog!

De rol van een politicus: de volksvertegenwoordiger
Naar onze mening dien je als politicus alle belangen tegen elkaar af te wegen en uiteindelijk op basis van de ratio een juiste beslissing te nemen. Om deze belangenafweging zuiver te maken is het noodzakelijk open te staan voor gesprekken met alle betrokkenen in het betreffende dilemma. Enkel door eerst alle feiten en meningen op een rij te krijgen is het mogelijk een zuivere en weloverwogen afweging te maken.

Het algemeen belang zou voor een politicus centraal moeten staan en niet het belang van een kleine minderheid. Samenwerking en open staan voor externe informatie wordt helaas te vaak overschreeuwd en dat is een gemiste kans voor de samenleving.

Tagged with:
 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *