Onlangs zat ik in de zaal van een groot lijsttrekkersdebat. Als eerste bestegen de leiders van het CDA en de PvdA de ring, maar in plaats van een krachtig debat volgde wat nog het beste getypeerd kan worden als een catfight. De beide heren overstrooiden elkaar met feitjes en doorrekeningen van het CPB, waarmee ik het gevoel kreeg te kijken naar de volgende spelshow waar een zoektocht naar de “ware technocraat” werd gehouden. De Nederlandse politiek verwordt tot een technocratisch bolwerk dat haar burgers verliest, zich plat staart op nietszeggende cijfertjes en geen grote idealen meer kent.

Het aandeel niet-stemmers in onze samenleving groeit gestaag. Voornamelijk laag opgeleiden voelen steeds minder binding met de politieke klasse, laat staan een morele stemplicht. Dit fenomeen werd door Mark Bovens ooit bestempeld als de “diplomademocratie”, waarmee verwezen werd naar het feit dat onze Staten-Generaal bijna volledig uit hoog opgeleiden bestaat. Voor dit niet stemmen worden verschillende redenen aangedragen, die allen varianten zijn op het gevoel van machteloosheid. Danwel komt dit voort uit de eeuwige compromissen die elke harde keuze in de campagne soft maken, de mate waarin partijen op elkaar lijken of het gevoel geen politiek thuis te hebben.

Vooral de sterke gelijkheid tussen politieke partijen en het gebrek aan een politiek thuis voor een substantieel deel van de bevolking komen voort uit onze technocratische omgeving. In de procedure van verkiezingsprogramma tot campagne is het CPB de belangrijkste scheidsrechter geworden. Alle partijen willen een groen stempeltje van dit instituut en alle politici schermen met haar resultaten tijdens de debatten, waarbij zorgvuldig gekeken wordt hoe de resultaten positief voor hun partij en negatief voor de andere partijen kunnen worden uitgelegd.

In de cijfermatige stormvloed is de burger die ons economisch bestel afschuwelijk vindt dakloos. Terwijl ik Samsom en Van Haersma-Buma hoor bakkeleien over een tiende procent meer of minder werkeloosheid in de doorgerekende modellen van het CPB vraag ik mij af waar de grotere idealen en vergezichten zijn. Op een dergelijk moment is het niet moeilijk te begrijpen dat een groot deel van de bevolking het kiezen tussen deze twee heren zinloos acht.

De doorrekeningen van het CPB zijn gebaseerd op wiskundige modellen. Dit betekent dat zij slechts werken met een afspiegeling van de werkelijkheid die versimpelingen en aannames bevat. Uiteindelijk weet niemand wat ons daadwerkelijk te wachten staat. Zeker als het om de lange termijn gaat. Pakkend werd dit verwoord door Maarten van Rossem die zich voorstelde welke doorrekeningen een instantie als het CPB in 1912 gemaakt zou hebben. Destijds liep de economie nog voorspoedig en was er geen enkel zicht op de wereldoorlogen of de grote depressie. Ondanks dit alles worden de cijfers gepresenteerd als absolute waarheden en roepen partijen zichzelf uit tot de kampioen van de koopkracht of banen.

Naast dat de modellen over de lange termijn veel te onzeker zijn wordt het zo langzaam aan een sport om met de parameters van de modellen te spelen. Met enige regelmaat worden programmapunten vergeten door te geven of sluipen toegevoegde maatregelen in de aanwijzingen richting het planbureau. Zij die verstand van de modellen en hun werking hebben kunnen op dergelijke wijze de resultaten naar hun hand zetten. Dit blijft zeker op gaan zolang de modellen overzichtelijk en te onderhouden blijven.

Desalniettemin blijft de grootse verliezer het vergezicht, de grotere visie op ons land en de wereld voor de lange termijn. Op de korte termijn zorgen de rapportages van het CPB immers nog voor een zekere mate van vergelijkbaarheid tussen partijen en een zekere mate van dwang om eerlijk over betaalbaarheid te zijn. Hierdoor is het aanlokkelijk om kortzichtig elkaar te bestrijden op de dichtbije resultaten. Dit klimaat gaat ten koste van de echte verhalen, terwijl de burger juist zit te wachten op het leiderschap en de visie van een staatsman, in plaats van de precisie en ordelijkheid van een boekhouder.

We leven in een wereld die niet volledig technocratisch te beteugelen is. Het zou zonde zijn als onze democratie steeds verder verwordt tot een technocratische machine zonder band met de burger. Natuurlijk, een instantie als het CPB stelt eisen aan een eerlijk spel, maar zij dient niet hoger te worden gesteld dan nodig. Het is tijd dat het volgende debat gaat over de grote vragen: doen we het samen of vertrouwen we op het individu? Moet prestatie vooral lonen of moet de samenleving bij elkaar gehouden worden? Heeft levensbeschouwing een plaats in de publieke ruimte of moet zij volledig seculier zijn? Het is tijd voor het grote verhaal.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *