Dit artikel verscheen op 24 mei 2012 in het UT Nieuws.

Vaak genoeg wordt de vinger op de zere plek van de medezeggenschap gelegd. Wat wordt voorgedaan als het parlement van de universiteit is toch vaak meer een wankele positie aan het einde van het besluitvormingsproces waardoor je altijd met een achterstand begint. Uiteindelijk zijn de stukken dan immers zo ver voorgekookt en door de ambtelijke molen geweest dat het veel politiek inzicht vereist om daar nog een draai aan te geven. In de praktijk betekent dit vooraf veel lobbyen en goede contacten met de beleidsstaf onderhouden, wat de transparantie niet ten goede komt. Let wel, de raadsleden doen erg hun best en boeken ook zeker resultaten, maar het systeem is verre van bevredigend.

Als student heb je vaak nog een bevoorrechte positie. Meestal ben je redelijk in staat uren vrij te maken om serieus werk te maken van je raadsperiode. Voor medewerkers daarentegen is het werk vaak ondankbaar. Zij worden in het stigma van de zeurende ondernemingsraadtypes geduwd en kunnen daardoor vaak niet anders dan cynisch en conservatief zijn. Het is bijna gênant hoeveel medewerkers aanmerkingen hebben op het beleid in de wandelgangen, maar nooit zitting zouden nemen in een van de raden, omdat het de carrière zou schaden. Juist die mentaliteit zorgt voor de reductie van de waarde van de medezeggenschap.

Massaliteitsgevoel voor onderwijs
De Wet Modernisering Universitaire Bestuursorganisatie wordt vaak gezien als het keerpunt van de invloed, maar misschien is het wel meer het keerpunt van de mentaliteit. Sindsdien is de universiteitsraad namelijk meer een cliëntelistische belangenbehartigende ondernemingsraad dan een democratische vertegenwoordiging geworden. De crux zit hem er in dat de eerstgenoemde thuishoort bij een bedrijf, waar het bestuur voortvloeit uit het kapitaal dat geïnvesteerd is door haar aandeelhouders, terwijl een universiteit juist een publieke instelling is met een duidelijke maatschappelijke taak. Een taak die sowieso steeds meer verloochent lijkt te worden, als we zien hoe we steeds meer bezig zijn met een zakelijke kijk op wetenschap en een massaliteitsgevoel voor onderwijs. Een taak die juist vraagt om betrokkenheid bij het bestuur van de universitaire gemeenschap.

Efficiëntie was het magische toverwoord dat de huidige bestuurscultuur heeft vervaardigd. Wat men daarbij altijd vergeet is dat democratie, zeker in onze poldercultuur, niet efficiënt is. Wie snel en slagvaardig wil besturen moet zich overleveren aan een (tijdelijke) dictatuur. Het is dan ook vaak zo dat de democratie vanaf de dag dat zij wordt gesticht met afbrokkelen begint. Het behoudt vergt veel idealisme en betrokkenheid, iets waar je misschien jong en naïef voor moet zijn.

Idealiter heeft de universitaire wereld weer een volwaardig dualistisch systeem, waarin de universiteitsraad alle regelgevende macht binnen de kaders van de wet heeft en het college enkel de uitvoerende. Een taak die zij in ons geval met de Student Union zal delen. Dan zijn we soms maar wat minder slagvaardig.

Studentikoze ongehoorzaamheid
Vaak wordt het verval van de wetenschap verweten aan tal van externe ontwikkelingen, maar misschien mogen we ook wel eens bij onszelf te rade gaan. Want hoeveel studenten zijn nu echt betrokken bij hun universiteit? Hoeveel medewerkers kunnen wel het idealisme opbrengen voor de medezeggenschap? Hoeveel bestuurders kunnen met droge ogen zeggen dat zij maatschappelijke belangen net zo zwaar laten wegen als publicatiescores? Wie weet nog dat academische vrijheid niet synoniem staat aan thuis blijven tijdens de colleges?

Traditioneel zijn het juist de studenten die de tijd en middelen hebben om zich aan het politieke activisme te wagen. Het is de periode in het leven om je in het maatschappelijk debat te wagen. Daarbij komt onherroepelijk de vraag op hoe studenten zich als betrokken burgers gaan tonen, als er binnen de eigen universiteit al zoveel apathie lijkt te heersen. Het gaat er daarbij niet om dat iedereen de barricades op moet, maar juist dat studenten zich informeren, stemmen, en uitspreken.

Het is zaak om de oproep van Beer Sijpesteijn te volgen. Het is niet tijd voor burgerlijke ongehoorzaamheid, maar voor ‘studentikoze’ ongehoorzaamheid. Hoewel al die bestuursstructuren bij de landelijke politiek thuishoren is dat geen reden om het binnen onze universiteit breder te interpreteren, met de Student Union was dat immers ook mogelijk. Ontdoe je van het cynisme, het gevoel van machteloosheid en het cliëntelisme. Stem voor de raad, raak betrokken en toon je mening!

Tagged with:
 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *