Dit artikel verscheen eerder in de Volkskrant van 15 mei 2010 en werd gezamenlijk met Lukas de Sonnaville geschreven.

Nederland onderscheidt zich internationaal met studenten die niet alleen snel door hun studie zijn gekomen, maar ook maatschappelijk betrokken en zelfstandig zijn. Dat waarderen internationale bedrijven. Stas Verberkt van de Universiteitsraad Twente vindt dat actieve studenten daarom financieel gesteund moeten worden.

Dat het hoger onderwijs in Nederland hoog op de agenda moet is onderhand duidelijk, maar de huidige discussie gaat vooral over de financiering. Natuurlijk is geld een belangrijke factor voor goed onderwijs, maar wat zijn nou de werkelijk sterke punten van Nederland? Dit is niet zozeer de hoeveelheid boeken die we lezen tijdens de studie, hierin leggen we het af tegenover landen als China. Wat Nederland juist onderscheidt, is de studentencultuur waarbinnen een student bestuurlijk actief kan zijn en blijk geeft van zijn maatschappelijke betrokkenheid. Juist dit aspect maakt de Nederlandse student gewild op de (internationale) arbeidsmarkt.

Vreemd genoeg wordt dit aspect niet meer gewaardeerd: besturen wordt vaak ontmoedigd, omdat het niet binnen de rendementsdoelen van de universiteit zou vallen. Dat staat haaks op de conclusie van commissie-Veerman dat universiteiten zich meer moeten profileren.

Veel internationale bedrijven hebben een duidelijke voorkeur voor Nederlandse studenten in vergelijking met studenten uit bijvoorbeeld Azië. Nederlanders weten waar ze mee bezig zijn en durven gebaande paden te verlaten. In het verenigingsleven kunnen ze die vaardigheden opdoen. Hier leren studenten hoe ze zelfstandig keuzes moeten maken, moeten organiseren, maar bovenal verantwoordelijkheden nemen.

Door rendementsmaatregelen en efficiëntieslagen wordt de keuze voor bestuurlijke ervaring steeds minder aantrekkelijk gemaakt. Een actieve, maatschappelijk betrokken student wordt door de universiteit vaak gezien als een student die een jaar geen studiepunten haalt en dus niet verder komt in de studie. Bestuurswerk is echter een belangrijke factor in de ontplooiing van studenten en stoomt studenten klaar voor de veeleisende en snel veranderende maatschappij.

Wat moet er gebeuren om dit tij te keren? Verrassend weinig eigenlijk. In de eerste plaats zouden de universiteiten hun bestuurlijk actieve studenten moet ondersteunen. Dit kan door studenten met aanwijsbare studievertraging van een bestuursjaar ook tot de nominaal studerende studenten te rekenen. Hierdoor zitten besturende studenten niet meer stil volgens het financiële model, en wordt een bestuurlijke activiteit meer een toevoeging aan de studie.

Verder zou aan studenten die studietijd zijn kwijtgeraakt aan bestuursactiviteiten een diplomasupplement toegekend kunnen worden waarmee de betrokkene kan aantonen extra competenties te hebben verworven. Dit is vooral van belang voor studenten die buiten de Nederlandse grens aan de slag willen, en daar willen aantonen hun tijd goed te hebben gebruikt.

Ook zouden de universiteiten zelf financieel kunnen bijspringen. Want waarom betaalt een fulltime studentbestuurder, die een jaar niet kan studeren, eigenlijk collegegeld? Waarom worden dergelijke drempels opgeworpen voor studenten die zich verder willen ontwikkelen? De studie lijkt de enige focus te zijn, terwijl juist déze actieve studenten vaak na een jaar bestuur in het vereiste tempo verder studeren.

Nederland heeft actieve en zelfstandige studenten nodig om zijn internationale positie te kunnen handhaven, anders zal er niets zijn wat ons onderscheidt van andere kennislanden.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *